IN – DRUK
Op de bar achter mij was de bierpomp onder een wit laken verborgen, in het buurthuis waar de plaatselijke pinkstergemeente enthousiast Gods lof zong. Bij gebrek aan een predikantskamer stond ik voorafgaand aan de dienst met een ‘oudste’ – men wil liever geen ambtsaanduidingen uit de gevestigde kerken overnemen – in een piepklein keukentje. Hij bad om een gezegende dienst. Haast boven zijn gebed uit hoorde ik door de dunne hardboardwand het vrolijke geroezemoes van begroetingen en laatste nieuwtjes. Eenmaal in de zaal viel het mij op dat er nog slingers voor een verjaardag hingen en dat de schrale bierlucht van de vorige avond je neus prikkelde. Heel iets anders dan wierook, waar ik in die periode van mijn leven ook nog wel aan wennen moest. Ik ging voor in de samenkomst. Een dorp onder de rook van Amsterdam en mijn honorarium bestond uit een grote mand met producten uit de tuinen van enkele gemeenteleden. Een ontmoeting met lieve mensen die niet leden aan ‘Godschaamte’ (met dank aan Stephan Sanders).
Hoe oprecht de aanbidding ook en hoe bevlogen de preek, toch reikt mijn aanbidding in zo’n ambiance meestal slechts tot het systeemplafond. Er gaat niets boven hoge, lichte ramen, een liturgisch centrum en liefst een intieme doopkapel. Dat kreeg mijn voorkeur door Anglicaanse voorbedediensten voor zieken. In de Haagse Church of St. John and St. Philip of in de middeleeuwse dorpskerk in Elham, Kent.
Deze herinneringen drongen zich aan me op toen ik las dat gebedsgenezer Tom de Wal in Tilburg was gearresteerd toen hij zou voorgaan in een wijkgebouw. In een zaal waar een plaatselijke pinkstergemeente al jaren de eredienst viert. Toen De Wal niet naar binnen mocht, ging hij op straat bidden voor de groep belangstellenden die de toegang was geweigerd.
Ik ben niet zo Bijbelvast als Tom de Wal, maar moest toch denken aan dat verhaal waarin Jezus omringd wordt door mensen die gehoord hebben dat hij de schoonmoeder van Petrus genezen heeft. In de film Jesus Christ Superstar zien we dat Jezus zich met moeite losmaakt uit een groep stumpers die hem bespringt en haast bedelft. In de film niets over Romeinse soldaten bij de evangelist Matteüs die aan deze ordeverstoring een einde maken. Maar in Tilburg had de burgemeester religiestress en geen idee van de betekenis van de scheiding van kerk en staat.
‘Een evenement waarvoor geen toestemming is aangevraagd’, houdt hij, ondanks een gerechtelijke uitspraak, hardnekkig vol. ‘Kerkdiensten horen niet in gemeenschapsvoorzieningen.’ Ik las zelfs dat in Alkmaar de Grote Kerk niet voor een bijzondere dienst aan de protestantse gemeente verhuurd mag worden. Niet-gelovige Alkmaarders zouden kunnen schrikken als ze er argeloos naar binnen lopen! Ach, sommigen schrikken van kerkklokken of de gebedsoproep van de moskee. Inderdaad, soms is dat even slikken. Maar dat geldt ook voor het heidens lawaai van een kermis in hartje stad of een popfestival in het park. We leven met achttien miljoen – varkens, wolven en alpaca’s niet meegerekend – op dit kleine stukje aarde. Sommige gelovigen zijn luidruchtiger en vreemder dan anderen, maar ik pleit ervoor dat we elkaar de ruimte geven. Godsdienstvrijheid heet dat.
Rob van Essen
