Wisseling van de wacht
Na veertien jaar neemt Marianne van Praag in juni afscheid als rabbijn van de liberaal Joodse gemeente in Den Haag. Zij wordt opgevolgd door rabbijn Asjer Waterman. Een duo-interview met de vertrekkend en aantredend rabbijn.
In de aanloop naar haar afscheid als rabbijn van de Haagse liberaal Joodse gemeente (LJG) kijkt Marianne van Praag terug op een intensieve periode, waarin één taak centraal stond: de gemeenschap bijeenhouden. ‘Het was hard werken, maar het is redelijk gelukt’, zegt ze. Haar verbondenheid met de LJG gaat ver terug. Al vanaf haar vierde kwam ze in de sjoel. ‘Ik ken de mensen, hun verhalen en hun geschiedenis. Als ik nu ouderen spreek die beginnen te dementeren, kan ik hun verhalen afmaken, want ik was erbij. Dat geeft een warm gevoel.’
Jiehaa!
De diepe band met de gemeenschap vormde ook de basis voor een lange strijd: die voor de positie van de vrouw. Veertig jaar zette Van Praag zich daarvoor in. Een bijzonder moment was haar benoeming tot rabbijn in de eigen synagoge: een plechtig moment dat haar dochter doorbrak met een ontwapenend ‘Jiehaa!’ ‘Het lijkt misschien onbenullig, maar voor mij voelde het als een stille overwinning.’ Tegelijk wist ze dat niet iedereen er meteen aan gewend was. ‘Dan moet je laten zien dat het er niet om gaat of je man of vrouw bent, maar dat het gaat om het werk dat je levert.’ Dat is, zegt ze, goed gelukt. Daarbij meteen relativerend: ‘Het gaat niet om mij. Ik ben een instrument om iets voor anderen te kunnen betekenen.’ De steun van haar familie noemt ze daarbij onmisbaar. Wat haar werk zo bijzonder maakte, is het vertrouwen dat mensen haar gaven. ‘Dat mensen je toelaten op belangrijke momenten in hun leven, dat is heel kostbaar.’
‘Interreligieuze
contacten zijn
enorm belangrijk’
Terugkijkend maakt Van Praag zich ook zorgen vanwege het maatschappelijk klimaat van de afgelopen jaren. ‘Mensen in de gemeente worden verantwoordelijk gehouden voor wat er elders in de wereld gebeurt. Dat raakt.’ Ook het uitblijven van steun vanuit de samenleving viel haar op. Tegelijk blijft ze geloven in ontmoeting. ‘Interreligieuze contacten, zoals de prinsjesdagviering, zijn enorm belangrijk. We hebben elkaar nodig.’
Mesjogge
Met haar vertrek breekt een nieuwe fase aan voor de gemeente. In juni draagt Van Praag het stokje over aan de kersverse rabbijn Asjer Waterman. Waterman (33) koos bewust voor het rabbinaat. ‘Misschien omdat ik een beetje mesjogge ben’, zegt hij lachend, ‘maar vooral omdat ik het gewoon heel leuk vind.’ Hij studeerde Joodse studies en werkte vervolgens voor twee Joodse organisaties. Rond zijn 26e kwam de vraag: wat nu? Hij wilde zich verder verdiepen in de traditie én weer mensen begeleiden, zoals hij eerder had gedaan bij jeugdbeweging Haboniem. ‘Toen dacht ik: is dat eigenlijk zo anders dan rabbijn zijn?’ Hij waagde de sprong, begon aan de opleiding en studeerde in februari af.
Waterman groeide op in Amsterdam, maar wilde juist ervaring opdoen in een andere omgeving. Hij liep stage in Den Haag en voelde zich er thuis. Over zijn rol als rabbijn zegt hij: ‘Het belangrijkste is dat je er bent voor mensen wanneer ze je nodig hebben.’ Daarnaast wil hij de joodse traditie toegankelijk maken. ‘Die kan soms ingewikkeld en vreemd aanvoelen. Ik hoop mensen te helpen om de joodse traditie onderdeel te maken van hun leven.’ Zijn eerste jaar zal vooral in het teken staan van kennismaken. ‘De gemeente telt zo’n driehonderd gezinnen. Als ik die het komende jaar allemaal een keer kan spreken, ben ik al heel blij.’ Daarnaast wachten meteen belangrijke momenten, zoals de voorbereiding van drie jubileumdiensten en de Joodse feestdagen in het najaar.
Van Praag kijkt ernaar uit om te zien hoe Waterman haar rol overneemt en sluit af met een moederlijk, Jiddisch advies: ‘Blijf jezelf. Volg je je nesjomme – je ziel – dan zit je goed.’
Roelie Dröge
Bij de foto: Asjer Waterman ⎯ met bril ⎯ tijdens zijn rabbinale wijding, met naast hem Marianne van Praag.
