Tom Mikkers roept op om kerk en politiek niet met elkaar te vermengen. Rienk Lanooy begrijpt zijn punt, maar heeft er wel een aantal vragen bij.

In zijn artikel hanteert Tom het hellend-vlakargument: voor je het weet staan hele kerkgemeenschappen integraal tegen of voor Israël of de Palestijnen te demonstreren, al dan niet daartoe opgeroepen vanaf de kansel. Wie het er niet mee eens is, wordt gecanceld. Maar wat ik zie is dit: geloofsgenoten die intens bezig zijn met wat er op politiek vlak gaande is en die daar op een persoonlijke manier uiting aan geven. Door te demonstreren of juist niet, door lid te worden van een politieke partij of het gesprek te zoeken met anderen binnen en buiten hun kerkgemeenschap. Die worsteling heeft ook met hun geloof te maken. Wat zij geloven maakt dat ze soms wel, soms niet in beweging komen. Geloven ze daarmee dat hun politieke stellingname tot het Koninkrijk Gods leidt? Daar geloof ik niets van – dat is iets van de politieke en religieuze flanken. Als er ergens een ‘we gaan het regelen’-maakbaarheidsgeloof is, dan is het daar. Niet zozeer op de plekken waar wordt geworsteld met de hoop die het evangelie biedt en de wanhoop die de wereld parten speelt en wat dat met je doet en van je vraagt.

Kruisrakettenreflex
Als tweede zie ik in het artikel een tegenoverstelling. Ik herken tussen de regels door een – wat ik noem – kruisrakettenreflex: laten we het niet over politiek in de kerk hebben want het gaat in de politiek en in de kerk over twee heel verschillende werelden. Ik ben daar niet zo zeker van. Ik denk dat het in de kerk en in de politiek niet per se over heel andere, laat staan tegenovergestelde dingen gaat, maar dat het twee domeinen zijn waarin wij leven. En die twee domeinen kijken ieder met een eigen blik naar het leven en de wereld. Ik ben het met Tom eens dat je die niet op een hoop moet gooien, maar je moet ze ook niet zo uit elkaar trekken alsof ze niets met elkaar te maken hebben. De genoemde vragen – wat we kunnen doen tegen onrecht, hoe we de maatschappij veranderen, en welke drive we inzetten om het goede te doen – hebben natuurlijk een keerzijde. Maar dat is geen reden om die vragen in de kerk dan maar niet te stellen. Ze komen immers uit het evangelie zelf voort. En ze komen door datzelfde evangelie in een ander licht te staan dan in de politiek. Daar staan ze in de context van de macht en het compromis, van de vraag: hoe gaan we het regelen? In de kerk staan ze in de context van het gebed en hoe dat ons verandert. En als dat al politiek is, hoeft dat helemaal niet te leiden tot gedachten dat ‘we’ als kerk nu wel eens even het Koninkrijk Gods op aarde gaan vestigen.

Volharding en relativering
Ik ben het met Tom eens: in het geloofsdomein spelen andere perspectieven een rol dan in de politiek, maar het gaat over dezelfde wereld. Juist in een overspannen wereld waarin mensen rekenen op instantoplossingen en gedeprimeerd raken als iets na twee demonstraties niet geregeld is, is het inderdaad goed om te horen ‘dat jij God niet bent’. Of zoals Kristien Hemmerechts het zei: ‘In de liturgie leer ik: het draait niet om jou.’ Daar wordt gebeden om het Godsrijk, met alle politieke implicaties die dat rijk heeft. Maar juist omdat erom gebeden wordt, beseffen we dat het niet van onszelf afhangt en dat geloven ook te maken heeft met geduld, met overgave, met volharding, met relativering, met hoop. En met elkaar vasthouden, met al onze verschillen.

Rienk Lanooy