Permanente winteropvang

Voor wie op straat leeft is de winter een zware periode. Met het dalen van de temperaturen stijgt de kans op onderkoeling. Bij de winteropvang van het Leger des Heils krijgen dak- en thuisloze mensen de ruimte om op adem te komen. Maar ook om te werken aan herstel.

Het Leger des Heils vindt dat niemand op straat hoeft te slapen in de kou. Niet voor niets staat het rode schild symbool voor bescherming van mensen in nood. Sinds 2022 biedt het Leger des Heils in opdracht van de gemeente Den Haag permanente winteropvang aan de Sportlaan. Permanent betekent dat de opvang aan de Sportlaan van 1 november tot 1 mei open is voor zogeheten rechthebbenden. Er is plek voor tachtig deelnemers, die via het daklozenloket van de gemeente worden geplaatst. Bea Zomer is afdelingsmanager van de winteropvang. ‘De mensen die hier komen zijn niet alleen dakloos, maar hebben vaak ook andere problematiek’, vertelt ze. ‘Ze hebben bijvoorbeeld psychische problemen of kampen met een verslaving. Iedereen die hier verblijft, zit al in een traject en heeft een casemanager van de gemeente. Die houdt contact met de deelnemer en met de winteropvang.’

Vervolgstappen
De winteropvang voorziet in zes basisbehoeften. Zomer somt ze op: rust, reinheid en regelmaat, bed, bad en brood. ‘Daarvan is rust de basis’, zegt ze, ‘Want zonder rust in het hoofd kan een deelnemer geen vervolgstappen maken.’ Op de vraag hoe die rust vorm krijgt, antwoordt Zomer: ‘Dat begint bij onze een- of tweepersoonskamers. Dat is al anders dan op een bankje slapen in Madurodam of in een lekkend tentje in het bos. Het is hier warm, de mensen kunnen douchen, ze hoeven niet achter eten aan en ze kunnen kleding krijgen. Dat alles brengt rust in het hoofd, waardoor er ruimte komt om iets anders op te pakken. De een gaat schoonmaken of helpt in het kledingwinkeltje. De ander is al zover dat hij om kwart over acht klaarstaat om met het busje naar de dagbesteding te gaan.’ Zomer noemt dit: verantwoordelijkheid nemen voor het eigen herstel. Dat herstel kan een traject zijn richting bijvoorbeeld opname in een afkickkliniek of plaatsing in een beschermde woonomgeving. Zo bewandelt elke deelnemer zijn eigen pad naar herstel. De een zet één stap, de ander drie. Doel: voorkomen dat de deelnemer terugkeert naar de straat.

Ontevreden deelnemer
Vanuit haar kantoor in de winteropvang kijkt Zomer uit op de ontvangsthal. De meeste deelnemers doen rustig hun ding. Ze maken schoon, maken een praatje of doen een spelletje. Een ontevreden deelnemer laat luid vloekend van zich horen. Zomer roept hem kalm maar duidelijk tot de orde en wenkt naar de beveiliging, waarna de rust weer terugkeert. Zomer: ‘Naast rust is structuur ook erg belangrijk, oftewel duidelijk zijn over wat wel en niet kan.’ Ze kent de meeste deelnemers bij naam. ‘Dat is nodig’, zegt ze. ‘Anders heeft ons werk geen zin. Pas als je de deelnemer ziet en kent, kun je hem aanspreken op zijn gedrag. Iedereen wil gezien en erkend worden. Dus ook de deelnemers aan de winteropvang.’

Het Leger des Heils behoort tot de universele christelijke kerk. Aandacht voor het geestelijk welzijn hoort daarbij. En dus komt er elke week een geestelijk verzorger langs van het Leger. Wie dat wil schuift bij hem aan op de bank en dan kan er een gesprek ontstaan. Zomer: ‘Als het goed is, ervaren de mensen ook iets van onze christelijke identiteit in onze manier van werken. Dat wij de mensen weer in hun kracht zetten. Het mooiste is als mensen zeggen dat ze zich gezien voelen. Want dat is wat ze missen in deze maatschappij, naast een dak boven hun hoofd.’

Roelie Dröge

Bij de foto: Het Leger des Heils vindt dat niemand op straat hoeft te slapen in de kou.

Opvang voor dakloze mensen in Den Haag
In Den Haag zijn ruim 7000 mensen dak- of thuisloos (ETHOS-telling 2025). Het merendeel van deze groep – waaronder meer dan 1000 kinderen – verblijft niet op straat of in de opvang, maar bij vrienden of familie. Den Haag heeft verschillende opvangplekken, maar dit is onvoldoende: zeker 500 mensen brengen de nacht buiten door. Gedurende de winter zijn er aanvullende opvangplekken. Allereerst de permanente winteropvang waarover het artikel gaat, met plek voor 80 personen. Toegang hiertoe verloopt via het Daklozenloket en is voor mensen die de gemeente kwalificeert als ‘rechthebbend’. Daarnaast bestaat de winterkouderegeling: bij vorst of een zeer lage gevoelstemperatuur kan men van 18.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur terecht voor een warme maaltijd, bed, ontbijt, zorg en begeleiding. De winterkouderegeling biedt plek voor 120 personen en staat open voor alle dak- en thuislozen.