Bijbels zingverhaal
In de Scheveningse Bethelkerk repeteert het kinderkoor dit najaar de liedjes van het zingverhaal ‘Niets is onmogelijk’. Het is het tweede project van dirigente Monique Harteveld, die zelf de liedjes schreef. Op 30 november is de uitvoering.
Het is zondagochtend, kwart over elf. Het kinderprojectkoor van de Bethelkerk in Scheveningen heeft zijn eerste repetitie. Vanaf het opwarmen van de stemspieren – ‘Zing maar na: Li-mo-na-de-li-mo-na-de-flèèèèès’ – zit het tempo er goed in. Er staan deze ochtend vijf liedjes op het programma. Mijn muzikale hart maakt een vrolijk sprongetje bij het horen van de eerste klanken. De liedjes hebben de aanstekelijke energie die doet denken aan Kinderen voor Kinderen. Het eerste lied ‘Voor God is niets onmogelijk’ blijft als een prettige oorwurm hangen.
Korte voorstelling
Het eerste lied is ook de titelgever van het project, dat de naam ‘Niets is onmogelijk’ kreeg. ‘Een zingverhaal uit de Bijbel’, noemt dirigente Monique Harteveld het. Harteveld componeerde in totaal zeven liedjes voor de voorstelling, die ongeveer een half uur zal duren. ‘Die korte duur heeft te maken met de leeftijd van de kinderen’, vertelt ze. De jongste deelnemers zijn zo’n jaar of vier, de oudste zestien. Eerder dit jaar was Harteveld het muzikale brein achter De Kinderpassie, een soortgelijk project in de Bethelkerk. ‘Dat was erg geslaagd’, vertelt Harteveld. Voorganger Gerco Lock zei toen: ‘Dat moeten we nog een keer doen’, dus kroop ze opnieuw achter de piano.
‘Afwisselend staan
en zitten
doet wonderen’
‘Niets is onmogelijk’ vertelt het verhaal van Lucas 1, waarin de engel Gabriël een schijnbaar onmogelijke boodschap vertelt aan Zacharias en Maria. Harteveld schreef de teksten en besprak de opzetjes met voorganger Lock van de Bethelkerk. ‘Normaal schrijf ik kinderliedjes’, vertelt Harteveld, ‘Dan kan ik van alles uit mijn duim zuigen. Maar deze woorden moeten echt kloppen.’ Op zondag 30 november vindt de uitvoering plaats in een reguliere gezinsdienst. Compleet met piano, contrabas en vibrafoon. Een verteller zal de liedjes aan elkaar praten. Karina Kolk, jeugdouderling bij de Bethelkerk en coördinator van het project: ‘De voorstelling is een laagdrempelige manier om het adventsverhaal te vertellen, aan jong en oud, binnen en buiten de kerk.’ Leuk nieuwtje: er zijn gesprekken gaande om de voorstelling ook bij het Leger des Heils op te voeren.
Professionele souplesse
Tijdens deze eerste repetitie staat de oefenruimte er nog leeg bij. Er is nog geen decor, geen verteller en er zijn nog geen muzikanten. In het midden staan drie rijen stoelen, met daarop twintig zangers en zangeressen. Daarvoor een piano, waarop Harteveld het koor met professionele souplesse begeleidt. Alle begin is lastig, maar als Harteveld de kinderen uitdaagt om iets brutaler te zingen, gaan de kelen al iets verder open. De kleintjes hebben soms moeite om zich te concentreren. Afwisselend staan en zitten doet wonderen. Net als de gebaren die aan de zang worden toegevoegd. ‘Doe maar alsof je naar sterren grijpt’, moedigt Harteveld de kinderen aan, terwijl ze met haar handen in de lucht grijpt.
Na drie kwartier hebben de jongsten het eind van de spanningsboog bereikt. Het is tijd om af te ronden. Intussen hebben de kinderen de teksten van de liedjes op papier uitgereikt gekregen. Nog één keer wordt het titellied ingezet. Een deel zingt nog met tekst, anderen doen al voorzichtig zonder. Armen gaan nu automatisch in de lucht.
Na de repetitie spreek ik Lieve (11), een van de zangeressen. Toen haar nicht haar vroeg of ze mee wilde zingen, hoefde ze daar niet lang over na te denken. ‘Monique is mijn zangjuf’, vertelt ze. Lieve zong ook mee in het koor van De Kinderpassie. En ze zong mee met het kinderboekenweekliedje van 2025. Een echte pro dus.
Roelie Dröge
Bij de foto: liedjes van het zingverhaal ‘Niets is onmogelijk’ hebben een aanstekelijke energie.
