Straatpastor Kitty Mul:
Op Oud Eik en Duinen heeft het Straatpastoraat enkele graven toegewezen gekregen voor het begraven van dak- en thuisloze mensen. Ook als er geen geld is, krijgen ze een waardige uitvaart en een steen met hun naam.
Tussen keurige rijen met grote grafstenen op begraafplaats Oud Eik en Duinen heeft het Straatpastoraat een eigen stuk grond ter beschikking, waar momenteel ruim vijfentwintig mensen begraven liggen. Strak gesnoeide heggen zorgen voor structuur en een intieme sfeer. De kleine, maar mooi verzorgde grafstenen vertellen de namen van de gestorvenen en hoe lang hun levens hebben geduurd. Dat ze niet vergeten zijn, blijkt uit de voorwerpen die bezoekers tussen de grafstenen hebben neergezet; van engeltjes en plastic plantjes tot lege drankflessen. De gestorvenen komen bovendien voor even weer tot leven door de bevlogen verhalen die straatpastor Kitty Mul over hen vertelt.
Namen en herinneringen
‘Kijk, deze mensen heb ik allemaal gekend’, zegt Mul, terwijl ze zich over een van de stenen bukt om een enthousiast groeiend stuk onkruid weg te trekken. Ze werkt zo’n negen jaar bij het Straatpastoraat en heeft in die tijd heel wat mensen zien komen en gaan. Het zien van de namen brengt duidelijk veel herinneringen naar boven. ‘Deze man is vermoord. Deze had kanker en is lang ziek geweest en heeft heel bewust afscheid genomen. Hier liggen Poolse mensen die helemaal niemand hadden in Nederland. Ja, en deze meneer had drankproblemen. Het leven op straat is hard. Als mensen op straat komen te staan, gaan ze na een maand of twee vaak zienderogen achteruit. Ze zijn de hele dag bezig met overleven en hebben weinig rust. Ze worden vaak niet oud.’ Samen kijken we naar de data die op de stenen staan. En inderdaad zijn de meeste mensen niet ouder dan een jaar of zestig geworden.
‘Tussen de graven:
engeltjes en
lege drankflessen’
Kitty Mul en haar collega’s van het Straatpastoraat kennen de mensen van de straat onder andere via het Aandachtscentrum en de wekelijkse vieringen en maaltijden die ze organiseren in het Stadsklooster in de binnenstad. Ze lopen een tijd met mensen op en begeleiden ze bij allerhande zaken. Zo bouwen ze een band op. ‘Iedere vrijdag hebben we een viering in de Sint Jozefkapel. Daar gaat het altijd heel spontaan aan toe. Als er iemand is overleden, herdenken wij die persoon daar. Mensen kunnen wat vertellen over de overledene. Als iemand geen geld heeft voor een graf of geen familie die ze daarbij kunnen helpen, hebben wij hier de ruimte om een begrafenis te verzorgen. Soms worden we daarvoor door de gemeente benaderd. Als straatpastors gaan we dan voor in de uitvaartplechtigheid. Vaak komen daar wel wat mensen op af, maar het komt ook voor dat we alleen als straatpastors aanwezig zijn.’
Gekend
Uit de liefdevolle verhalen die Mul vertelt, blijkt duidelijk dat de mensen met wie ze werkt door haar en het team van medewerkers en vrijwilligers van het Straatpastoraat bij het leven gekend zijn. Hun levens, hoe getekend ook, zijn van betekenis geweest. Hier op de begraafplaats wordt dat in alles zichtbaar en tastbaar. ‘Het is belangrijk dat dit gebeurt’, vindt Mul, ‘want ieder mens verdient het om genoemd te worden. Uiteindelijk zijn we allemaal geliefde kinderen van God.’
Bij de foto: Hier wordt zichtbaar dat de levens van de gestorvenen van betekenis zijn geweest.
