Groter dan het eigen gelijk
In onze roerige tijd hebben geloof en politiek elkaar weer gevonden. Dat baart Tom Mikkers zorgen. Niet omdat gelovigen apolitiek zouden moeten zijn, maar omdat geloof zijn ziel kwijtraakt zodra het wordt gebruikt als gereedschap voor macht.
In Den Haag kun je er niet makkelijk van wegkijken. De ene kerk loopt in het rood een rondje Malieveld voor de Palestijnen. De andere kerk kun je tegenkomen bij de mars voor het ongeboren leven.
In extreme voorbeelden zie je meteen waarom geloof en politieke macht slecht mengen: zodra religieuze taal de macht grijpt, wordt geloof een gevangenis in plaats van een bron van vrijheid. Kardinalen die in de slaapkamer willen meekijken en driftige protestanten die met verklaringen homo’s het leven onmogelijk maken. Zulke zogenaamd heilige woorden wijzen niet de weg naar een land om te leven, maar naar een kerker waar je niet uit mag. Tegenover machtsmisbruik van het heilige staat een ander Bijbels beeld. In het Bijbelboek Jozua sleept het volk Israël twaalf stenen uit de Jordaan om een gedenkteken op te richten na veertig jaar zwerven door de woestijn. Dat is geen standbeeld van een leider, maar een hoop stenen. Dat monument herinnert aan kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Zonder God waren we hier niet geweest.
Maakbaarheid
In onze tijd gaat het niet over afhankelijkheid van God maar over maakbaarheid. Wat kunnen we doen tegen onrecht, hoe veranderen we de maatschappij, welke drive zet je in om het goede te doen? Mooie vragen, maar ze hebben een keerzijde. De dilemma’s verdwijnen uit beeld. Want hoe je het ook wendt of keert: wie politiek bedrijft, maakt altijd vuile handen. Geloof herinnert eraan dat elke keuze beperkt is, dat er altijd slachtoffers van beleid zijn, dat het hoogmoed is om te denken dat een nieuw kabinet Gods Koninkrijk dichterbij brengt. Als geloof en politiek versmelten, wordt beleid heilige wil en tegenspraak ketterij. Politici mogen dan scanderen dat het wel kan; in de kerk gaat het over het geloof dat het zonder God niet kan. Dat is geen vrome prietpraat, maar een correctie op het idee dat we alles zelf in de hand hebben. Dat is geen vlucht uit de redelijkheid. Geloof is simpelweg niet hetzelfde als een politieke theorie.
Politieke breuklijnen
Geloof is een uitnodiging om je eigen ik van de troon te halen en je leven af te stemmen op iets dat groter is dan jezelf. Precies daarom moeten politiek en geloof niet samenvallen. We hebben de kerk juist nodig als plek waar we elkaar vinden over de politieke breuklijnen heen. De kerk is geen partijbureau en de preek geen verkiezingsfolder. In de kerk mag je bidden voor vrede, klimaat, rechtvaardigheid, en de politiek bevragen op menselijkheid. Mensen veranderen, ontwikkelen zich, handelen vaak in tegenspraak met wat ze zeggen. Wie vooroploopt met een stevig oordeel over een ander, kan zomaar achteraanlopen in het kijken naar zichzelf.
‘Een preek
is geen
verkiezingsfolder’
Wat we nodig hebben, zijn weer een paar hopen stenen zoals bij de Jordaan: simpele tekens die ons eraan herinneren dat elk leven zijn eigen gang door de woestijn kent, wat we ook stemmen. Politiek mag ruziemaken over de route. Geloof fluistert erdoorheen dat het land waarin we willen leven groter is dan ons eigen gelijk.
Misschien is dat de belangrijkste politieke zin die de kerk nog te zeggen heeft: jij bent niet God.
Tom Mikkers
