Pastoor Dick van Klaveren:

Pastoor Dick van Klaveren voelt zich al helemaal thuis, zowel in het Haagse als in zijn nieuwe parochie. Bevlogen is hij aan zijn taak begonnen. ‘Niemand kan gemist worden en je bent nooit alleen.’

Na ruim 17 jaar in Gouda te hebben gewerkt, is Dick van Klaveren nu als pastoor verbonden aan de Haagse parochie Maria Sterre der Zee. ‘Ik ben 62 jaar en mag iets nieuws beginnen. Dat is een kostbaar geschenk’, zegt de goedlachse pastoor. ‘Ik ben een jongen van de grote stad, geboren in Amsterdam. Ik vind het heerlijk in Den Haag, waar heel veel mooie dingen gebeuren. In de parochie staan we voor de cultuuromslag naar een meer missionaire kerk. Dan is het nodig om woorden te kunnen geven aan wat je gelooft. En dat is van oudsher niet vanzelfsprekend in de Rooms-Katholieke Kerk. Kort door de bocht kun je zeggen dat er een cultuuromslag nodig is van consumentisme naar leerlingschap van de Heer.’

Weerwoord
Van Klaveren vertelt dat hij wekelijks minstens één mail krijgt van iemand die katholiek wil worden. ‘Die wens gaat bijna altijd over de sacraliteit van de liturgie; een wens die naar het innerlijk is gericht. De kerk is een instrument om het eerste gebod te eren: God te beminnen boven alles. Het tweede gebod komt helaas vaak minder aan bod: je naaste lief te hebben als jezelf.’

Het beeld dat veel mensen van de Rooms-Katholieke Kerk hebben is vooral dat er aandacht is voor mystiek, symboliek en rituelen. Maar waar blijft de buitenwereld dan? De missionaire opdracht van de kerk kan ook een negatief gevoel oproepen dat het de kerk alleen maar gaat om zieltjes te winnen. Van Klaveren heeft daar een hartstochtelijk weerwoord op: ‘Het gaat erom dat we de mensen winnen voor de liefde van God. Onze boodschap is dat je ten diepste mag weten dat je bemind en bedoeld bent. Je bent hier niet zomaar. Niemand kan gemist worden en je bent nooit alleen. God is er altijd bij.’

Lastige opgave
Naast de missionaire taak staat van Klaveren nog een lastige opgave te wachten. Want het aantal parochianen loopt terug en er is geen ontkomen aan dat er kerken gesloten moeten worden. ‘Kerksluitingen zijn hoe dan ook afschuwelijk’, stelt hij. ‘Maar ik hoop dat we beseffen dat het niet om de toren gaat, maar om de Heer. De oude kerk verschraalt, ligt in het hospice. Maar er groeit ook als een kasplantje een nieuwe kerk, waar we sporen van de Heer ontwaren. Veel mensen zoeken het perspectief dat je het in het leven niet allemaal zelf hoeft te doen. Maar christen-zijn betekent ook dat je kiest voor de mensen die aan het kortste eind trekken. De uitspraak van de vorige paus spreekt me aan: de kerk is een veldhospitaal.

‘Kerksluitingen

zijn hoe dan ook

afschuwelijk’

Bij het laatste avondmaal op Witte Donderdag zegt Jezus, in mijn woorden: Kome wat er komt, maar Ik ben er. Je ontvangt Mij en je kunt worden wat je ontvangt. Wat een kostbaar goed is dat! Dit is het keerpunt. God laat zijn zoon niet in de dood. De weg wordt geopend en wij zijn de erfgenamen. De leerlingen herkennen Jezus niet als hij na zijn opstanding bij hen verschijnt. Pas als je zijn stem hoort, dan herken je Hem. De eerste sport van de ladder is dat je gelooft, want ons denken is niet de maat van de dingen. Kijk naar een pasgeboren kind: is dat geen wonder? Zo’n ervaring beroert onze religieuze snaren.’

Greet Kappers

Bij de foto: ‘Ik ben 62 jaar en mag iets nieuws beginnen. Dat is een kostbaar geschenk’