Nieuwe nota gebedshuizen

Beierende kerkklokken zijn niet langer overlast, maar vallen voortaan onder religieus erfgoed. Deze en andere voorstellen tekenen de warme woorden waarover het Haagse gemeentebestuur in een nieuwe nota over gebedshuizen en kerkgemeenschappen spreekt. Maar kerken worden ook uitgedaagd: stel je nog meer open voor behoeften in de samenleving.

De gemeente Den Haag wil een ambitieuze, betrouwbare gesprekspartner voor kerken en andere gebedshuizen zijn. Doel is zowel de gebouwen als de religieuze gemeenschappen meer in te schakelen bij het verbeteren van het leefklimaat in de stad. Om dat doel te bereiken, worden de bestaande contacten tussen de gemeentelijke overheid en de kerken sterk geïntensiveerd. Ook wordt meer dan voorheen een helpende hand toegestoken als kerken tegen de grenzen van hun eigen mogelijkheden aanlopen. De gemeente heeft een vaste contactpersoon aangesteld, denkt actief mee over de kansen van multifunctioneel gebruik in wijkverband of van hergebruik van leegstaande gebouwen, verhoogt de jaarlijkse onderhoudssubsidies voor monumenten met een halve ton tot bij elkaar € 180.000, helpt ook financieel bij verduurzaming en gaat jaarlijks met alle eigenaren van monumentale kerken om de tafel.

Al deze voornemens, uitvoerig toegelicht, staan in een beleidsnota, Visie op religieus erfgoed 2026 geheten. Het stuk heeft een paar maanden ter inzage op het stadhuis gelegen. Alle reacties worden in mei en juni verzameld. ‘Ergens deze zomer’ zal de gemeenteraad zich over de nota en de reacties buigen.

Warme woorden
Wat opvalt, zijn de ongekend warme woorden die het gemeentebestuur wijdt aan levensbeschouwelijke instellingen en hun gebedshuizen. Keer op keer wordt beschreven hoe kerkgebouwen en kerkgemeenschappen mede de dragers zijn van het kwetsbare stedelijke weefsel, en dus mede de identiteit van Den Haag vormgeven. Een kenmerkende passage in de nota over de waarde voor de stad van religieus erfgoed: ‘Gebedshuizen bieden ruimte voor zingeving, ethische vorming en gemeenschapsgevoel; dit kan bijdragen aan een veilige en harmonieuze samenleving. In een stad als Den Haag, waar mensen van uiteenlopende achtergronden samenleven, zijn deze plekken cruciaal om begrip en onderliggende betrokkenheid te bevorderen.

Het maatschappelijke belang van gebedshuizen reikt verder dan religie; ze zijn van grote waarde voor het faciliteren van de sociale infrastructuur van Den Haag en verdienen erkenning en ondersteuning.’

Carillons
Voor enkele concrete onderwerpen die de afgelopen jaren in het nieuws kwamen, heeft de visienota een oplossing in petto. Buurtbewoners die klaagden over geluidsoverlast door kerkklokken, moeten weten dat beierende klokken voortaan ook onder religieus erfgoed vallen. Verder worden behalve klokken ook carillons beter beschermd. En bij de sloop van kerken met fraaie interieurs wordt voortaan het Utrechtse Museum Catharijneconvent ingeschakeld. Daar werken specialisten die de onderdelen op waarde kunnen schatten.

‘Het belang van

gebedshuizen reikt

verder dan religie’

Een gevoelige afspraak uit het verleden blijft onaangetast: als een kerkgebouw leeg komt te staan, hanteert de gemeente een termijn van vier jaar voordat de bestemming ‘maatschappelijke functie’ mag worden veranderd in bijvoorbeeld ‘wonen’. Reden is dat sommige kerken behalve krimp ook groei kennen. Vooral migrantenkerken zijn op zoek naar eigen huisvesting.

Ten slotte wordt een belangrijke internationale visie voelbaar in Den Haag. In het Europese verdrag van Faro uit 2005 over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving staat dat religieus erfgoed ten goede moet komen aan de hele maatschappij. Dat is nog onontgonnen terrein. Kerken zullen nog meer uitgedaagd worden een rol in de samenleving te spelen, op alle mogelijke terreinen.

Jan Goossensen