‘Het gaat om de intentie’
Tijdens de vakantie in een mooie oude kerk een kaarsje opsteken; voor velen een vertrouwde gewoonte. Maar waarom eigenlijk en voor wie of wat? En doen mensen het ook wel eens in hun eigen omgeving? Jolly van der Velden vroeg het bezoekers in de Scheveningse Lourdeskapel.
Elke week worden er in de Lourdeskapel in Scheveningen zo’n zeshonderd kaarsjes aangestoken. Al die vlammetjes hebben een persoonlijke intentie, in het algemeen is het een symbool van bemoediging of hoop. Een van de vrijwilligers van de kapel vertelt dat mensen om talloze redenen kaarsjes branden: voor een overleden dierbare, voor kracht, voor kinderen die examen doen, bij een kinderwens, uit dankbaarheid, voor zichzelf of voor de wereldvrede. Mensen kiezen de plek waar ze hun kaarsje neerzetten vaak bewust.
Verbinding
Met toch wel wat lood in de schoenen ben ik naar de kapel gefietst. Mensen bevragen waarom ze een kaarsje branden; is dat niet iets tussen die mens en God? Ik zit minstens een half uur in de stille kapel voordat er iemand binnenkomt, maar deze dame steekt geen kaarsje aan. Wel hoor ik een zacht uitgesproken gebed. Tijd genoeg om aan mijn eigen ervaringen te denken. Als ik in de gelegenheid ben steek ik altijd een kaarsje op, voornamelijk tijdens vakanties. Ik doe dat voor mijn man en kinderen, andere familieleden of een zieke vriendin en ook regelmatig voor mijzelf. Het geloof in een almachtige God die alles regelt heb ik allang achter me gelaten, dus waarom dan toch die kaarsjes? Het gaat mij om de intentie. Die zorgt voor verbinding en ik geloof dat die op de een of andere manier bemoediging en kracht genereert. En het laadt me op. Ik moet denken aan dat kleine kapelletje in Zwitserland. Bijna iedere avond liep ik er even heen, om na een kwartiertje vol van de stilte en verbinding weer terug naar mijn gezin te gaan. Nog een herinnering: een grote kathedraal in Frankrijk waar ze de kaarsjes hadden afgeschaft en vervangen door elektronische exemplaren. Ongetwijfeld beter voor de luchtkwaliteit en brandveiligheid, maar ook ontdaan van alle mysterie en glans.
Gebedjes
Fijn dat deze kapel elke dag open is. Een dame die samen met haar man en kleindochter vier kaarsen aansteekt, beaamt dit. Ze komt hier minstens eenmaal in de twee weken, soms vaker. Ze brandt de kaarsen voor haar kinderen en kleinkinderen. ‘Het voelt goed iets voor ze te kunnen doen. Dat moeder Maria voor ze zorgt, dat ze gespaard blijven voor onheil’, zegt ze. Ze steekt ook een kaars aan voor haar overleden ouders. ‘Dat ze mogen rusten in vrede.’
‘Voor voorspoed
en gezondheid
in het komend jaar’
Even later steken twee dames allebei een paar kaarsen aan. Het blijkt dat een van de twee jarig is en dat het een traditie is om dan een kaarsje te gaan branden. ‘Voor voorspoed en gezondheid in het komende jaar.’ Maar ze steken allebei ook kaarsen aan voor de hele familie en voor de wereld, ook uit dankbaarheid dat het hun goed gaat. Een van de twee komt wekelijks in de kapel. Als ze elders zijn branden ze ook regelmatig een kaarsje, maar thuis doen ze dat zelden.
‘Voor mijn kinderen,
dat moeder Maria
voor ze zorgt’
Een vriendin vertelde mij dat zij juist voornamelijk thuis kaarsjes brandt: ‘Ik steek dagelijks een lichtje op voor mijn overleden ouders en broer. Het is zoeken naar contact en bemoediging, ook voor mijzelf. Het zijn eigenlijk kleine gebedjes.’
Jolly van der Velden
Bij de foto: ‘De kaarsen zijn eigenlijk kleine gebedjes.’ (foto: Jolly van de Velden)
