Voortdurend op zoek naar een veilige plek
Dakloosheid komt vaker voor dan veel mensen denken. Ronja Bruijns weet daar uit eigen ervaring alles van, en vertelt erover tijdens georganiseerde straatwandelingen door Den Haag. Jolly van der Velden wandelde een keer met haar mee.
Ronja Bruijns zet zich – door middel van onderzoek, voorlichting en advisering – in voor het bijstellen van het algemene beeld van dakloosheid. Zij werkt ook mee aan de Ethos-telling (zie kader). Dakloosheid is een maatschappelijk probleem dat veel diverser is en meer voorkomt dan wordt gedacht. Bruijns is ervaringsdeskundig onderzoeker bij Hogeschool Utrecht en adviseur dakloosheid bij de Landelijke Aanpak 16-27. Daarnaast begeleidt zij straatwandelingen voor professionals die in hun werk te maken hebben met dakloosheid. Vanuit haar eigen ervaring laat ze de rauwe realiteit ervan zien.
Onzichtbaar
Tien jaar geleden kwam Bruijns als twintiger uit Brabant naar Den Haag. Door een combinatie van onhandige beslissingen, pech en overmacht was zij dakloos geworden. Bruijns: ‘Twee jaar lang, tussen mijn eenentwintigste en drieëntwintigste, bestond ik niet voor de overheid. Ik had geen documenten, geen verzekering en hoe onzichtbaarder je bent voor het systeem, hoe zichtbaarder je bent voor wie je wil misbruiken. Er is veel geweld op straat. Vooral voor vrouwen is het vaak onveilig, daardoor zorgde ik ervoor dat mijn dakloosheid zo min mogelijk zichtbaar was.’
Dakloosheid heeft vaak een lange aanloop, vertelt Bruijns aan de groep voordat de wandeling begint. ‘Er wordt wel gezegd dat iedereen dakloos kan worden, maar degenen die het zijn, hebben met elkaar gemeen dat ze getraumatiseerd zijn, armoede kennen, problemen thuis hebben en een beperkt netwerk.’
Hazenslaapjes
De wandeling begint op het Centraal Station; voor veel daklozen een toegankelijke plek. Ze vertelt dat dakloosheid betekent dat je de hele dag extreme stress hebt. Dat je voortdurend scant waar beschutting is en waar je veilig bent. Ze vertelt ook dat ze soms een dagkaart kocht voor de tram en maar rondreed om in ieder geval warm te blijven. Dat ze regelmatig bedelde en dat haar hoofdmaaltijd vaak bestond uit een appel en koekjes. Dat het leven op straat eenzaam maakt en dat je ’s nachts op straat alleen maar hazenslaapjes doet. Bruijns herkende zichzelf aanvankelijk niet als dakloos door het stereotiepe beeld dat ook zíj ervan had. Het zien van een door onderkoeling gestorven dakloze man op straat deed haar beseffen dat zij net zo dakloos was als die man was geweest.
‘Haar hoofdmaaltijd
bestond vaak uit
een appel en koekjes’
Bij het stadhuis vertelt ze dat ze werd weggestuurd bij de balie. Ze kwam niet door het systeem heen. Zonder postadres en identiteitsbewijs was het aanvragen van een uitkering onmogelijk. Bovendien vonden de baliemedewerkers haar er niet als dakloos uitzien, waardoor ze niet werd geloofd.
Uitbuiting
Dakloze vrouwen zijn kwetsbaar voor verschillende vormen van uitbuiting. Seksuele uitbuiting bijvoorbeeld. Een nacht in een bed kunnen slapen, een warme douche of een goede maaltijd kunnen de doorslag geven. Dit wordt ‘survival seks’ genoemd. Een stap verder is de fuik van de gedwongen prostitutie. Arbeidsuitbuiting ligt ook op de loer. Gedurende haar dakloosheid is Bruijns een periode kinderoppas geweest. De ouders in kwestie hadden geen bezwaar haar zwart te betalen. Hierdoor kon ze weliswaar werken, maar werd ze tegelijkertijd kwetsbaar voor uitbuiting.
Bij het politiebureau vertelt ze: ‘De reden waarom je blijft lopen, is om warm te blijven, maar ook om geen boete te krijgen voor “wildkamperen” als je te lang op een bankje zit.’
De ommekeer kwam toen ze via een oproep op Facebook haar ⎯ inmiddels verlopen ⎯ identiteitskaart terugkreeg. Een baliemedewerker van de gemeente bood haar nu wél hulp. ‘Binnen tien minuten stond ik buiten met een papier in mijn handen met waarop stond dat ik bestond.’
Aan het einde van de wandeling zegt ze: ‘Ik vind het een voorrecht dat ik dit kan doen én ik wil professionals door mijn ervaring handvatten meegeven voor hun werk. Mijn verhaal is niet uniek; alle dakloze vrouwen maken dit mee.’
Jolly van der Velden
De Ethos-telling is een nieuwe manier van het tellen van dakloze mensen. Deze telling is niet alleen gebaseerd op cijfers uit de maatschappelijke opvang, maar uitgebreider door bijvoorbeeld ook de bankslapers bij kennissen, de buitenslapers en zij die uit nood op een camping slapen mee te tellen. Tal van organisaties doen mee om een realistischer beeld te krijgen.
