IN – DRUK
Een roze kanselkleed zien we – als een gemeente het al bezit – maar twee keer per jaar.
Op de derde zondag van Advent – met de naam Gaudete of Verheugt u – en halverwege de veertigdagentijd voor Pasen op Zondag Laetare, dat ook verheugt u betekent.
Door de kleur paars van het ‘bekeert u!’ schemert al het wit door van Kerstmis en Pasen, van het Licht dat in de wereld komt. Zelf draag ik dan meestal een prachtig geweven stola, met schakeringen van paars en roze. Dit was een cadeau dat ik als predikant in Utrecht kreeg van onze partnergemeente in voormalig Oost-Duitsland. Een wel heel toepasselijk geschenk uit een gebied waar in veel kerken het geloof werd levend gehouden dat mensen voor de vrijheid geschapen zijn. Van licht in de duisternis wordt in veel kerken op de wereld gezongen; geen wonder dat autocraten weinig op hebben met kerken die de droom van het Godsrijk levend houden.
Vanwege mijn buiten- en laagkerkelijke komaf had ik aanvankelijk niet veel met de liturgie, ‘gekleurde lapjes’ en een oecumenisch leesrooster. ‘Vormendienst’, zeiden mijn evangelische vrienden. Maar een goede rooms-katholieke vriend leerde mij dat we, zoals een lied zegt, huizen bij de tijd. Ons leven is geen oeverloos gebeuren waarin we wat ronddobberen. We zijn onderweg met de Eeuwige en onze tijden zijn in zijn hand. Van feest naar feest leven we en dat kleurt ons bestaan: verwachting en vervulling, afzien en uitzien, pijn van rouw en een voorproefje van opstanding.
Huizen bij de tijd betekent ook oog hebben voor de natuur. Mijn te vroeg overleden echtgenote zag wat ik nog niet zag. Op vakantie duurde een wandeling altijd langer dan gepland. Zij zag in de berm iets bloeien, ontdekte knoppen aan een boom in het vroege voorjaar. Onze tuin aan de Goudenregenstraat lag ’s winters in de schaduw, maar als de dagen gingen lengen, piepte de zon binnen in de verste hoek. Ze ging daar even zitten om te genieten van de eerste warmte en kwam terug met observaties. Ik zag een kale wintertuin, zij betrapte de eerste lenteboden.
Toen we tijdens Advent uit de profeet Jesaja lazen, moest ik aan haar denken. Voorbode van de verlossing is het twijgje dat uit een boomstronk opkomt. Er is verlossing in aantocht: wolf Bram hoeft niet afgeschoten want hij legt zich neer bij een lam. Een volk in ballingschap krijgt te horen dat het doodsgebied van de woestijn zal bloeien en dat er een uitweg is uit onderdrukking. In dat licht valt ook te begrijpen dat de oude oogstfeesten in Kanaän een nieuwe betekenis kregen, waardoor ze herinneren aan Gods bevrijdende daden. Het lentefeest werd feest van de uittocht: God maakt vrij uit het slavenhuis. Met het wekenfeest worden de eerstelingen van de oogst aan God geofferd. Israël gedenkt dan dat de Eeuwige de Thora heeft geschonken: brood voor onderweg. Soekot of het Loofhuttenfeest wordt gevierd bij het binnenhalen van de laatste oogst. Joden bouwen een hut met open dak – zicht op de hemel – om te gedenken dat ze veertig jaar door de woestijn trokken.
Kijk om je heen, in natuur en eredienst: de wereld krijgt weer kleur!
Rob van Essen
