Boekbespreking
Over armoede bestaan hardnekkige misverstanden. In zijn boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld stelt Tim ’S Jongers een aantal van deze misverstanden overtuigend aan de kaak.
In de kabinetsformatie staat het thema armoede nadrukkelijk op de agenda. Tim ’S Jongers publiceerde in 2024 een indringend betoog over armoede, onder de veelzeggende titel Armoede uitgelegd aan mensen met geld. Armoedebeleid wordt volgens ’S Jongers namelijk bepaald door mensen die geen flauw benul hebben van wat armoede eigenlijk is. Beleid wordt in Nederland immers gemaakt door mensen met diploma’s: mensen die dus de kans hebben gekregen om door te leren en die zich binnen een comfortabele bubbel hebben ontwikkeld. Dat wordt een probleem als zij verantwoordelijk worden voor beleid dat gevolgen heeft voor mensen en omstandigheden die ze niet begrijpen.
De misverstanden over armoede zijn hardnekkig. Voor ‘mensen met geld’ is armoede namelijk op twee manieren op te lossen: je zorgt dat je meer geld krijgt – door harder te werken – of je zorgt dat je minder uitgeeft – door de tering naar de nering te zetten. ’S Jongers zet in zijn boek overtuigend uiteen dat deze gedachtegang veel te simpel is. De oordelen over armoede – ‘arme mensen maken domme, ongezonde keuzes’ – komen voort uit dit onbegrip. We hebben een redelijk idee van de oppervlakte van armoede: hoeveel mensen in Nederland in armoede leven. De diepte van armoede is daarentegen onbekend terrein, terwijl kennis hiervan juist nodig is voor effectief beleid.
Verwoestend
’S Jongers is ervaringsdeskundige: hij groeide zelf op in armoede en weet dus hoe verwoestend dat is voor iemands leven. In discussies wordt nogal eens gesproken over manieren om op te klimmen op de sociale ladder. Daarbij wordt echter geen rekening gehouden met de ondergrond waarop die ladder staat. De ongunstige omstandigheden beginnen al ver vóór de geboorte. Als een moeder gebukt gaat onder extreme stress als gevolg van armoede en een daarmee gepaard gaande ongezonde leefstijl, heeft dit een nadelig effect op de ontwikkeling van de foetus – en die van de baby na de geboorte. Zo wordt armoede van generatie op generatie doorgegeven. In het latere leven, waarin bijvoorbeeld het geld ontbreekt voor mondzorg, kan men niet beschikken over onder andere het zelfvertrouwen en de sociale vaardigheden om de sociale ladder te beklimmen. Als die mogelijkheid er al is, want hoe betaal je bijvoorbeeld het collegegeld? En gezonde boodschappen? Niet voor niets noemt ’S Jongers armoede een clusterfuck: het werkt op alle niveaus door. Het vergt hard werken, maar vooral een flinke dosis geluk om, zoals hijzelf, de armoede achter zich te laten.
Het maatschappelijke probleem verdiept zich doordat de gezonde, hoogopgeleide mensen met geld zich dit niet bewust zijn. Veel initiatieven blijven steken in overbodige onderzoeken – zoals wijksafari’s – en aanmatigende adviezen. Mensen in armoede, aldus ’S Jongers, verdienen het niet om constant buitengesloten te worden. De aanpak van armoede vraagt iets van de hele samenleving.
’S Jongers besluit zijn boek met de signalering dat gelukkig steeds meer ervaringsdeskundigen worden betrokken bij de initiatieven en organisaties die armoede in Nederland moeten tegengaan. Dat zou ook het aanstaande kabinet moeten aanspreken, want de onwetendheid van de ‘mensen met geld’ brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee.
Edwin Fagel
