De democratisering van de hemel
Al eeuwenlang herdenken mensen met Allerzielen op 2 november hun overleden dierbaren. Deze van oorsprong rooms-katholieke gedenkdag ontstond in een Frans klooster en bracht het christelijk geloof dichter bij de gewone mensen.
In mijn familie gaat het verhaal rond over mijn neefje, die als peuter door zijn moeder werd meegenomen naar het kerkhof, naar het graf van mijn grootvader. ‘Kijk’, zei mijn tante, ‘hier woont opa.’ Het werd stil. Mijn neefje wachtte vol spanning tot opa tevoorschijn zou komen. Toen dat niet gebeurde, keek hij teleurgesteld naar mijn tante en zei: ‘Laten we maar gaan mama, want opa is niet thuis vandaag.’
Deze kleine familiegeschiedenis raakt de kern van Allerzielen: het verlangen om de doden nabij te houden, zelfs als ze er niet meer zijn. Eeuwenlang was in het christendom de nabijheid van de doden voorbehouden aan heiligen, uitzonderlijke gelovigen die wonderen verrichtten en door de kerk werden vereerd. Allerheiligen, op 1 november, was de dag om hen collectief te herdenken. Maar wat doe je met het persoonlijke verdriet over je dierbaren die gestorven zijn? Dat gemis vond pas later een plek in de kerk, met de uitvinding van Allerzielen op 2 november. Het ontstaan van deze dag heeft zijn wortels in een middeleeuws klooster: Cluny.
Silicon Valley
Cluny, gesticht in 910 in Bourgondië, was een spirituele krachtcentrale, een soort Silicon Valley van het middeleeuwse christendom. Het was een klooster vrij van lokale heren en direct gelieerd aan de paus, en verbonden met een netwerk van honderden kloosters. Het klooster van Cluny bracht belangrijke hervormingen en vernieuwingen: strikte discipline, gebedsdiensten en verfijnde liturgische muziek. De abdijkerk van Cluny, ooit een van de grootste ter wereld, stimuleerde pelgrimstochten en was zo een voorloper van de toeristenindustrie; het promootte de ‘vredesbeweging’ (Pax Dei) om de macht van roofridders en krijgsheren te beperken en het bevorderde schriftelijke administratie en boekproductie. De rode draad was steeds om het christelijk geloof heel dicht bij gewone mensen te brengen.
‘Het verlangen
om de doden
nabij te houden’
Onder abt Odilo werd in 998 Allerzielen ingevoerd, een dag om te bidden voor álle overledenen, niet alleen voor heiligen. Dit was een revolutionaire stap, een ‘democratisering van de hemel’. Ook gewone mensen verdienden religieuze aandacht na hun dood. Met gebeden op Allerzielen konden gelovigen hun dierbaren helpen sneller de hemel te bereiken, en zo hoefden de doden minder tijd door te brengen in het vagevuur. Wat begon binnen Cluny’s kloostermuren, verspreidde zich als een golf door Europa, tot de hele katholieke kerk Allerzielen omarmde.
Collectief rouwen
Allerzielen staat niet op zichzelf. Het feest is ook nauw verbonden met Halloween, dat op 31 oktober de vooravond van Allerheiligen markeert. Halloween vindt zijn oorsprong in het Keltische Samhain, een feest waarbij de grens tussen levenden en doden even vervaagt. Toen in Europa het christendom groeide, werden heidense feesten ‘gekerstend’. Allerheiligen werd rond Samhain geplaatst, en dankzij Cluny volgde Allerzielen. Halloween groeide uit tot een speels, seculier feest met pompoenen en kostuums, terwijl Allerzielen een stille, sacrale tegenhanger bleef. Toch delen ze een kern: het in de ogen kijken van de dood, of dat nu met kaarsen bij een graf is of met een griezelig masker. In katholieke landen zoals Nederland, België en Zuid-Europa bezoeken mensen op Allerzielen kerkhoven om graven te verzorgen, bloemen te leggen en kaarsen te branden. In kerken worden missen gehouden waarin de namen van overledenen worden genoemd en gebeden worden uitgesproken voor de zielenrust. En steeds meer is Allerzielen ook voor protestanten en niet-gelovigen het moment om collectief te rouwen.
Allerzielen weerspiegelt een universeel verlangen om de doden vast te houden. Dankzij Cluny kregen gelovigen een dag om dat verlangen te uiten, om te bidden en te herdenken. Voor mijn neefje was opa misschien niet thuis op het kerkhof, maar met Allerzielen mogen we erop vertrouwen dat hij na zijn dood wel degelijk thuis is.
Tom Mikkers
foto: Pixabay (Utrjao)
