Opstaan tegen onrecht

De muzikale theatervoorstelling Lieve Hemel van Joris Linssen is ingegeven door zijn bezoek aan het kerkasiel in Kampen. De ontmoeting met de familie Babayants en de vele vrijwilligers inspireerde hem tot het maken van een indrukwekkende voorstelling over veerkracht, moed en hoop.

‘Ergens onderweg / zijn wij iets kwijtgeraakt. / Was het domme pech / of zelf zoekgemaakt? / De onschuld verloren (…)’ Dit zijn de eerste zinnen uit het openingslied ‘Achterin de kerk’ van Joris Linssen in zijn theatershow Lieve Hemel. Hij schreef het lied ter gelegenheid van het kerkasiel voor de familie Babayants in de wijkkerk Open Hof in Kampen.

Op de dag dat ik in het theater zit, duurt het kerkasiel in Kampen al 544 dagen. Al die dagen is er 24 uur per dag een viering. Dit vraagt duizenden vrijwilligers uit het hele land en, het is haast niet te geloven, die blijven komen. Linssen was een van hen. Het lied dat hij schreef zou zomaar een gebed kunnen zijn, waarin hij hulp aan God vraagt onszelf weer te vinden, ons met anderen te verbinden en het lef te hebben om tegen onrecht op te staan. Linssen zegt niet in God te geloven, maar ik twijfel er niet aan dat hij wel in mensen gelooft.

Linssen verbindt het verhaal van de Babayants onder andere met het verhaal over Ruth, die met haar schoonmoeder vanwege een hongersnood naar Juda vluchtte. Omdat ook dáár honger was, ging Ruth aren lezen, een wettelijk recht om wat afvalt na het oogsten op te rapen van het land. Daar ontmoette ze de landeigenaar Boaz die Ruth meer aren gunde dan hij wettelijk verplicht was. Net als Ruth is ook de familie Babayants afhankelijk van wat anderen voor hen doen of wat die hun gunnen. Met Ruth liep het goed af; hoe het de familie Babayants zal vergaan, is nog maar de vraag.

Menselijke waardigheid
‘Echte levenskunst is om van iets negatiefs, iets positiefs te maken’, stelt Joris Linssen. Een mooie aansporing om stil te staan bij wat iemand in nood nodig heeft. Door aandacht geef je menselijke waardigheid een gezicht. Onrecht toepassen of toelaten, slaat daar een deuk in. Een uitgestoken en een ontvangende hand staan voor een wederkerig proces van verbinden. Als íets uit de verhalen duidelijk wordt, is het dat we het niet alleen kunnen. Pas in de verbinding met elkaar worden we mens, kunnen we betekenis geven en groeien. Dat is precies waar deze ontroerende show op verschillende manieren en vanuit verschillende perspectieven over gaat: veerkracht, moed en hoop.

Jolly van der Velden