Ontmoeten, vieren, delen

Het Straatpastoraat Den Haag bestaat 25 jaar. In de loop van die jaren veranderde het mee met de veelkleurige gemeenschap op straat. Nu nog een eigen plek.

‘Ik ga altijd met een fijn gevoel naar huis.’ Aan het woord is Els Hofman, een van de ongeveer honderd vrijwilligers van het Straatpastoraat Den Haag. Al ruim tien jaar helpt ze regelmatig bij de vrijdagse maaltijden voor dak- en thuisloze mensen in het Stadsklooster. ‘We werken in drie groepen: de kookploeg, de serveerders en de poortwachters’, vertelt ze. Zelf is ze meestal poortwachter en doet dat ook het liefst: ‘Want dan heb je het meeste contact. We staan van half vijf tot acht uur buiten op het plein, schenken koffie en tellen de bezoekers. Veel mensen kennen me inmiddels en maken een praatje. Meestal blijft het oppervlakkig, maar soms krijg je iemands levensverhaal te horen.’

Driegangenmenu
Het Straatpastoraat huurt elke vrijdag ruimte in het Stadsklooster om zo’n 140 mensen een driegangenmenu te serveren. Melden zich meer mensen dan er plekken zijn, dan krijgen die een tasje met eten of een bon voor een eenvoudige afhaalmaaltijd. Voorafgaand aan de maaltijd is er in de kapel een viering, geleid door een van de drie straatpastors: Kitty Mul, Nico Binnendijk of Josette Broekman. Daar komen meestal 40 à 45 bezoekers.

Het Haagse straatpastoraat begon in 2001 – vanuit de toenmalige Samen op Weg-kerken – onder de naam Drugspastoraat, met Ewout van Egmond als eerste drugspastor. In de jaren daarna kwamen er op straat nieuwe groepen bij: arbeidsmigranten, ongedocumenteerden, mensen op de wachtlijst voor een ggz-opname en mensen die mede door de woningnood dakloos zijn. In 2004 werd de naam gewijzigd in Straatpastoraat Den Haag.

Gelijkwaardigheid
Maar wat doet een straatpastor zoal? ‘Geen dag is hetzelfde’, stelt Nico Binnendijk. Hij werkt sinds 2022 bij het Straatpastoraat en werkte eerder als pastor en begeleider van dak- en thuislozen in Rotterdam. ‘Voor mij is de vrijdag de kern, en met name de viering. Die bevat drie belangrijke elementen: ontmoeten, vieren en delen. Dat ontmoeten en delen gebeurt ook de rest van de week. Als pastors bezoeken wij plekken waar mensen uit onze aandachtsgroep zich ophouden, zoals inloop- en dagbestedingslocaties en de nachtopvang. Veel van deze mensen hebben een psychische of sociale kwetsbaarheid en zijn beschadigd geraakt door het leven. De kracht van het straatpastoraat zit vooral in de relatie, het gemeenschap-zijn en de continuïteit. Wij zijn er in principe altijd. Soms functioneren we ook als tussenpersoon naar instanties. Ik begeleidde bijvoorbeeld eens een man die overal geschorst was; hij leefde in een tent en had niet eens een plek om te douchen. Toen heb ik me er bij de gemeente hard voor gemaakt dat hij in ieder geval ergens kon douchen.’

Samen muziek maken
Om verder te bouwen aan de gemeenschap zijn mooie initiatieven gestart. Zo is er een maatjesproject en wordt samen met het Aandachtscentrum een maandelijkse verhalentafel georganiseerd. En sinds kort is er de samenwerking met de Iris Hond Foundation. De pianiste gaf hiervoor de aftrap met een concert op haar eigen vleugel in het Stadsklooster, dat eindigde met gezamenlijk muziek maken en dansen. En maandelijks geven nu twee muziekcoaches van de organisatie op vrijdagavond na de maaltijd een muziekworkshop.

‘We zouden graag

een eigen

plek hebben’

Met het oog op de gewenste gemeenschapsvorming hebben Binnendijk en zijn collega’s een sterk verlangen: ‘We zouden graag een eigen plek hebben, zodat we nog meer kunnen organiseren en een ondersteunend netwerk kunnen vormen. Tijdens ons jubileumsymposium op 7 april – getiteld Van de straat naar een (t)huis – zullen we een initiatief presenteren om een dergelijke plek mogelijk te maken.’

Over de vraag wat zijn werk hem brengt en kost hoeft hij niet lang na te denken: ‘Het brengt me veel. Ik krijg veel warmte en puurheid, wat voor mij bijdraagt aan betekenisgeving en levensgeluk. Wat het kost? Het is vaak zoeken naar wijsheid en dat kost soms wel wat hoofdbrekens. Maar ik ervaar steeds weer dat het de moeite waard is.’

Irna van der Wekke

bij de foto: Maandelijks geven muziekcoaches op vrijdagavond een muziekworkshop.