Markus-Passion

In de weken voor Pasen wordt op veel plaatsen de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach uitgevoerd en ook zijn Johannes-Passion klinkt regelmatig. Maar Bach heeft meer Passionen geschreven. Binnenkort is in de Nieuwe Badkapel de Markus-Passion te beluisteren. Dirigent Gilles Michels vertelt over de muzikale puzzel die hiervoor gelegd moest worden.

‘De Markus-Passion heeft in vergelijking met Bachs twee bekende passies een zekere lichtheid.’ Aan het woord is dirigent Gilles Michels, die op 27 maart in de Nieuwe Badkapel met koor en orkest van het Haags Barok Gezelschap de Markus-Passion uitvoert. ‘De Matthäus is heel monumentaal, plechtig en droef. Neem het slotkoor, Wir setzen uns mit Tränen nieder, dat is van een diep doorleefde droefheid. In de Johannes zit weer een bepaalde stoerheid. Bij het openingskoor is het of er een machtige, overweldigende waarheid binnenkomt. De Markus is lichtvoetiger dan de andere twee. Ondanks dat het over pijn en lijden gaat, heeft het werk toch een soort plechtige vrolijkheid. Het is zeker serieus, maar het heeft een lichtere toets en een heel dansant karakter.’

Begrafeniscantate
De Markus-Passion is echter veel minder bekend dan de andere twee. Michels legt uit hoe dat komt: ‘Na Bachs dood is zijn nalatenschap onder zijn zonen verdeeld en die hebben er niet allemaal even goed voor gezorgd. Daardoor is veel muziek verloren gegaan, onder andere ook delen van de Markus. Maar in de loop van de tijd is er veel onderzoek gedaan naar Bachs muziek en is ook weer het nodige boven water gehaald en gearchiveerd. Ook waren er al lang sterke aanwijzingen dat Bach de muziek van de Markus eerder had gebruikt in een begrafeniscantate voor een vorstin uit Köthen. Wat nog ontbrak waren de recitatieven, waarin een solist – de evangelist – het Bijbelverhaal op een vertellende manier zingt.’

‘Het werk

heeft een soort

plechtige vrolijkheid’

Maar een passie zonder recitatieven is geen passie, en al heel wat musici bogen zich over een reconstructie ervan. ‘Dan heb je verschillende keuzes’, legt Michels uit. ‘Je kunt ze opnieuw componeren, maar je kunt het ook zoeken bij een componist die dezelfde tekst al op muziek heeft gezet. Zo is gebruikgemaakt van een Markus-Passion van Reinhard Keiser, een voorganger van Bach. Bach heeft Keisers Markus indertijd ook zelf uitgevoerd. Ik heb een eigen versie gemaakt, gebruikmakend van wat er in de afgelopen tijd al is verschenen. Daarbij wilde ik zorgen voor voldoende afwisseling tussen recitatieven, aria’s, koren en koralen, zodat het een aantrekkelijk geheel wordt om naar te luisteren. Mijn andere uitgangspunt was dat ik geen nieuw gecomponeerde muziek erin wilde, maar alleen muziek van Bach en Keiser. Dat is tot op drie maten gelukt; ik heb een paar maten een klein beetje moeten herschrijven om het qua toonsoort op elkaar te laten aansluiten.’

Het allermooiste
Met het Haags Barok Gezelschap voert Michels zes keer per jaar een Bachcantate uit in de Nieuwe Badkapel. Ook heeft hij al heel wat keren de Matthäus- en de Johannes-Passion gedirigeerd. Welke passie hem het liefst is? Michels kan niet kiezen: ‘De Markus-Passion is natuurlijk niet helemaal van Bach. Ik vind het hartstikke leuk dat ik dit heb gemaakt, maar er zitten ook stukken van iemand anders in. Maar de Matthäus of de Johannes? Op het moment dat ik de Matthäus doe, denk ik: dit is echt het allermooiste wat er is. En een ander jaar doe ik weer de Johannes en denk ik: o nee, het is toch de Johannes. Ze zijn allebei van een ongelooflijke kwaliteit en heel interessant om te doen.’

Irna van der Wekke