Geen ontkomen aan

In de donkere decembernachten ontwaakt Kerstmis uit zijn zomerslaap. En dat kun je voelen, ruiken, zien, horen en proeven. Kerst gaat over geuren en smaken die exclusief bij deze tijd horen, en die in de zomer voor vervreemding zouden zorgen. 

 Ik begin bij de geur, die onzichtbare nevel die de kamer vult, zoals de dennengeur van de kerstboom, vers uit het bos of van het pleintje waar de bomen worden verkocht. Of het aroma van kruidnagels en kaneel in de gloeiende glühwein die het beeld oproepen van oude bomen die stevig geworteld zijn en die ooit net zo heilig waren als het kind in de stal.

‘De hemel zorgt

opnieuw voor een

wonderschone creatie’

Dan is er de klank. In het kerstverhaal is er een hemels koor dat de stilte doorbreekt. Haardvuur knettert en met een beetje geluk knispert de sneeuw onder onze schoenen. Deze klanken roepen herinneringen op aan vervlogen kerstmissen. Kerstliederen zijn er klein en groot: Stille nacht of een orgel dat Gloria brult. Er zijn nieuwe liedjes zoals All I want for Christmas, maar er zijn ook kerstliedjes die al eeuwen meegaan. Zoals Er is een roos ontloken. De zintuigen veranderden hier zelfs de tekst; in een versie uit 1934 zweefden er ineens sneeuwvlokken door het Midden-Oosten: ‘De witte vlokken zweven – dooreen in veld en gaard.’

Barre wintergrond
Kerst voelt anders. Wie kerst op de tast viert, krijgt niet alleen natte handen van de klamme sneeuw, maar voelt ook de wollen kersttrui of de gladde kerstbal in de palm van z’n hand, en omhelzingen vol warmte. En tegelijkertijd is er ook de barre wintergrond: onze onrust, twijfel en ons falen, onze boosheid of ons verdriet en degenen die we graag hadden omarmd met kerst. De ruimte daarvoor is beperkt.

‘De smaak van kerst

roept warmte

en overvloed op’

Kerstfeest gaat immers over licht in duisternis. Er valt wat te kijken. Er is de schitterende kerstboom met gekleurde lampjes en flakkerende kaarsen die zorgen voor dansende schaduwen. De kleuren van kerst zijn rood en groen, aangevuld met alles wat de duisternis doorbreekt. Huizen glimmen als paleizen en winkelstraten zijn feestelijk verlicht.

Ten slotte is er de smaak van kerst: knapperige speculaas met amandel en anijs, goudbruin gegaard wild met rozemarijn, scherpe cranberrysaus, warme chocola en kerststol zwaar van vruchten en marsepein. De smaak van kerst roept warmte en overvloed op.

Overrompelend
Bij al deze zintuiglijkheid komt vroeg of laat elk jaar met kerst ook de moraal om de hoek kijken. Want is het niet een beetje te veel allemaal? Ik zou zeggen van niet. Voor ‘hoe heurt het eigenlijk’ moet je niet bij Kerstmis zijn. De herders uit het kerstverhaal drukken dit nog het beste uit. Zij staan vooraan bij de kribbe. De herders zijn luidruchtig, enthousiast en overrompelend. In de oudheid geloofde men ook dat herders in direct contact stonden met de goden. En hier wordt duidelijk dat overprikkeling misschien wel móet met kerst. Want kerst is het nieuwe Genesis. Net als bij de schepping bemoeit God zich opnieuw met zijn schapen. De hemel zorgt opnieuw voor een wonderschone creatie: Jezus. En het mooie is dat de mensen door Jezus God opnieuw weer gaan ontdekken tot op de dag van vandaag. Overprikkeld met kerst. Er valt niet aan te ontkomen.

Tom Mikkers