Theoloog Dietrich Bonhoeffe
De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, opgegroeid binnen een gezagsgetrouw luthers milieu, raakte allengs onder de indruk van het pacifisme. In 1934 riep hij vergeefs op tot een wereldconcilie voor vrede. Uiteindelijk kostte zijn verzet tegen het nazisme hem in 1945 het leven.
De discussie liep hoog op toen in november vorig jaar een film over de Duitse theoloog en martelaar Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) uitkwam. Op de filmposter stond Bonhoeffer afgebeeld met een pistool in de hand met daarbij de woorden ‘pastor, spion, moordenaar’. De film is gebaseerd op de omstreden biografie van de Amerikaanse theoloog Eric Metaxas, die inmiddels ook in het Nederlands vertaald is. Metaxas is een bewonderaar van Donald Trump en vergelijkt het verzet van Bonhoeffer met Trumps kruistocht tegen de linkse elite.
‘Verlossing betekent:
tot op de bodem
het leven doorléven’
Zo’n negentig nabestaanden van de theoloog riepen in de New York Times Amerikaanse christenen op om de theologie en nagedachtenis van Bonhoeffer niet te misbruiken. Bonhoeffer vocht, zo schreven zij, z’n hele leven tegen uitsluiting, bekrompenheid en onderdrukking. Metaxas reageerde door deze nazaten ‘pro-Hamas gekkies’ en ‘Joden-hatende fanatiekelingen’ te noemen.
Geweldloze oppositie
In de film wordt Bonhoeffer gepresenteerd als militaristisch patriot. Een wonderlijke annexatie van een theoloog die in 1934 in een brief aan Ghandi vroeg hoe men in Duitsland geweldloos oppositie kon voeren tegen een overheid die Joden en minderheden vervolgde. Tijdens een aanvullende studie aan het Union Seminary in New York was Bonhoeffer namelijk bevriend geraakt met de doopsgezinde predikant Jean Lasserre, een principieel pacifist. Dat maakte indruk op Bonhoeffer, die zelf afkomstig was uit een conservatief, gezagsgetrouw luthers milieu. Lasserre wilde, evenals Bonhoeffer, Jezus radicaal navolgen. ‘Ik zou een heilige willen worden’, zei hij. Bonhoeffer kon dat meevoelen. Toch antwoordde hij: ‘Ik zou willen leren geloven.’ Nu de politieke situatie in zijn thuisland sterk gewijzigd was, voelde hij dat hij verantwoordelijkheid moest nemen. ‘Het democratisch regeringsstelsel heeft de afgelopen tien jaar gefaald. Men lonkt naar het fascisme’, schreef zijn broer Klaus. In 1931 keerde hij, tegen advies van vrienden in, terug naar Duitsland. Daarover schreef hij ‘dat hij van theoloog christen was geworden’. Verlossing betekent dat mensen het aardse leven tot op de bodem moeten doorleven! Vluchten kon niet meer. In 1937 schreef hij het boek Navolging. Een commentaar op Jezus’ onderwijs, zoals samengevat in de Bergrede. Volgens mij is het de neerslag van de geloofskeuze die hij in Amerika maakte.
Navolging heeft een prijs
Ondanks zijn betrokkenheid bij een complot om Hitler te doden, heeft Bonhoeffer nooit afstand genomen van zijn boek Navolging, dat pacifistisch genoemd mag worden. Hij sloot zich aan bij de ‘Belijdende kerk’, een klein segment van de lutheranen dat in 1934 in Barmen beleed dat Jezus Christus de enige openbaring van God is en niet andere gebeurtenissen, machten, waarheden en gestalten, waarbij men zeker dacht aan Hitler die in 1933 rijkskanselier werd. Ook werd uitgesproken dat de kerk geen lakei mag zijn van de staat. Bonhoeffer meende dat Barmen niet ver genoeg ging. Zou hij erop gedoeld hebben dat er in 1934 niets gezegd werd over de Jodenvervolging? Tegen zijn studenten zei hij: ‘Alleen wie het uitschreeuwt voor de Joden mag gregoriaans zingen.’ Dat was in de periode tussen 1935 en 1937, toen hij leidinggaf aan het seminarie Finkenwalde, waar jonge theologen van de ‘Belijdende kerk’ werden opgeleid. Een theologisch seminarie, zeker, maar de studenten schrokken wel van de haast kloosterlijke discipline. Want voor Bonhoeffer was oppositie voeren tegen de antichristelijke machten niet voldoende. Hij zag dat als voorlopig doorgangsstadium naar een veel fundamenteler oppositie: mensen die onder de raderen van de overheid verwond raken, helpen en bijstaan. Dat impliceert de bereidheid om te delen in het lijden van Jezus, wat alleen geboren kan worden uit het gebed. Daartoe is de hele christenheid geroepen. Daarom ook was Bonhoeffer al vroeg betrokken bij oecumenische initiatieven, waaruit na de oorlog de Wereldraad van Kerken ontstond. Zo riep hij in 1934 vergeefs op tot een wereldconcilie voor vrede. Het programma van Bonhoeffer zou samengevat kunnen worden met: bidden en onder de mensen gerechtigheid doen.
In de brieven die hij tussen 1943 en 1945 in de gevangenis schreef, klinkt de stem van een mens die nog steeds wil leren geloven. Vragen stellend, aangevochten, gesterkt door liederen van de kerk. Afgeronde theologische beschouwingen liet hij niet na, maar zijn leven en levenseinde getuigen van zijn hartstocht om Jezus trouw te blijven en de mensen niet te verlaten. Zo kon hij zichzelf en de Eeuwige onder ogen komen.
Rob van Essen
