Archief
Jaargang:

Javaanse hofdans sluit naadloos aan bij Hooglied (16 mei)

Door Nelleke de Jong-van den Berg
Gepubliceerd mei 2012, jaargang 15, nr. 146

interview Toen danseres Romanita Santoso het Hooglied las, ontdekte ze dat de sfeer typisch Javaans was. Ze zag meteen dansbewegingen voor zich. Actrice Anita declameert de tekst uit de Naardense bijbel. ‘Die is helder en tegelijk mystiek.'

Foto H. Groskamp

Wajangpoppen, batikdoeken, bankjes met houtsnijwerk, in een hoekje een huisaltaartje met beelden van Maria en Jezus, en een glaasje rozenstroop met daarin blokjes zeewierpudding met kokossmaak.
De passende setting voor een gesprek met Romanita Santoso, haar man Henny Breton van Groll en Anita Poolman. Zij brengen in mei twee keer de voorstelling Kidung Agung, het Hooglied in Javaanse dans.
‘Zo proef je het Hooglied alvast', zegt Anita.
Romanita en Henny hebben Indonesische wortels. En ze zijn oblaten van Sint Jan: zij horen als leken bij een kloostergemeenschap in de Oude Molstraat. Hij is van huis uit hervormd, was lang buitenkerkelijk, maar voelde zich altijd al thuis bij de schoonheid van katholieke kerken. ‘Ik verzamelde al heiligenbeelden voor ik katholiek werd.'
Zij was moslim. Bij hun trouwen zijn ze rooms-katholiek geworden. ‘Het is wikken en wegen', zegt Romanita zacht. ‘Het blijft zoeken om de balans te vinden.'


Javaanse sfeer
Het idee voor een voorstelling over het Hooglied heeft lang gerijpt. Romanita danste eens voor de broeders en paters van Sint Jan, als intermezzo tijdens een congres van broeders uit heel West-Europa. Ze hield er ook een lezing over en kreeg toen de vraag hoe het dansen zich verhield tot haar geloof. Dansen was toch iets ‘werelds'? En dan nog een dans uit een zo andere, hoofdzakelijk moslimcultuur?
‘Ik heb daarop geantwoord dat ik door het dansen mijn geloof meer innerlijk ben gaan beleven. Mijn geloof werd sterker door de spiritualiteit van de dans, en de dans is door mijn geloof meer verinnerlijkt. Een pater vertelde dat hij een retraite voorbereidde over het Hooglied. Hij herkende veel van wat ik had verteld. "Je moet met die dans het Hooglied uitbeelden!"
Toen ben ik het Hooglied goed gaan lezen. De sfeer bleek heel Javaans te zijn: het genre, de taal. Ik zag al bewegingen en patronen voor me.'
Romanita ontmoette Anita toen haar door het Museon gevraagd werd om op internationale vrouwendag te dansen bij een monoloogfragment. Anita bracht de tekst, op basis van brieven van een jonge Javaanse die leefde rond de vorige eeuwwisseling: Raden Adjeng Kartini, ‘het icoon van de Indonesische vrouwenemancipatie'.
Anita, wier overgrootmoeder uit Java komt, vertelt dat het wonderwel klikte tussen haar en Romanita. Ze besloten samen het Hooglied te doen.

Foto F. Stein


Universele spiritualiteit
Romanita heeft voor haar studie van de Javaanse dans in Indonesië les gekregen van een prinses aan het hof in Surakarta. ‘De dansen beelden de Javaanse levensfilosofie uit: gedachten, waarden en normen die je helpen om in harmonie met de wereld en jezelf te leven. Het is geen godsdienst, maar er zit wel een universele spiritualiteit in. Met een godsbesef, waardoor je je laat leiden. Je danst volgens strikte regels. Als je daarvan afwijkt, doorbreek je de gedachte, het ritueel met zijn symboliek.'
In die danstaal verbeeldt Romanita nu het Hooglied. Anita laat het bijbelboek klinken met de taal van de Naardense Bijbel, een eigenzinnige en breed gewaardeerde bijbelvertaling, het levenswerk van de lutherse theoloog Pieter Oussoren uit 2004. ‘Die is helder en tegelijk mystiek, en heerlijk om voor te dragen.'
Henny en Romanita hebben de vertaling bij de broeders leren kennen. Eerst waren ze verbaasd: ‘Het was zo anders dan wat we kenden. Maar in z'n hoekige vorm is het heel lyrisch. Het stroomt en vloeit. Net als goede dans.'
Anita vindt dat de Javaanse dans goed past bij de uitbundige tekst van het Hooglied. ‘De ingetogen danstaal brengt de geestelijke liefde, het geestelijk verlangen van het Hooglied tot uitdrukking.'


Vissen zoeken
De twee Javaanse hofdansen die in het stuk zijn verwerkt, zijn ‘serimpi' en ‘bedoyo'. Serimpi-dansen beelden de goede eigenschappen van een voorouder van de vorst uit, zodat die daardoor wordt geïnspireerd. Bedoyo-dansen zijn liefdes- of bruiloftsdansen.
De verschillende fasen van de serimpi-dans kun je koppelen aan thema's uit het Hooglied. Eén voorbeeld: bij de ‘zoektocht naar de geliefde' gebruikt Romanita een beweging die golek iwa heet, vissen zoeken. Water is een symbool voor meditatie. In het water weerspiegelt zich de hemel. Daarin moet je de wijsheid zoeken. Vissen zijn soms diep onder water, om ze te vinden moet je diep ‘graven'.
Uiteindelijk komt alles tot rust en heerst er weer vrede en harmonie. In het Hooglied staat dan: ‘door hem ben ik "een vindplaats van vrede". Dat slot komt sterk overeen met een lied dat bij een bedoyodans hoort: ‘Durodasih', wat zoveel betekent als ‘een droom die werkelijkheid wordt'.
Dit zijn flarden daaruit: ‘... voordat ik met liefde bekleed werd ... doortrokken van verlatenheid ... een lege glinsterende oceaan ... rondzwalkend wolkenpaleis ... zoals ik nu ben ... schepsel van liefde ... dat is mijn ware zijn ... de liefde is in mij verwezenlijkt'.


Niet geschokt
Echtgenoot Henny vindt het resultaat bijzonder. Hij glimlacht: ‘De broeders waren aanwezig bij de try-out, en die zijn niet geschokt weggelopen. En de Indonesische mensen waren ook enthousiast.'

Kidung Agung
Kidung Agung, het Hooglied met Javaanse dans, is te zien op woensdag 16 mei, 20.15 uur in de Haagse Kunstkring, Denneweg 64 (première) en op vrijdag 18 mei, 20.15 uur, in de Johanneszaal, Oude Molstraat 37. Entree: € 15. Reserveren: tel. 323 82 94.

 

| |