Archief
Jaargang:

Hagenaars over de Tweede Wereldoorlog

Heb je ook geen oude kaaskorst? Nee, zei moeder en ze barstte in tranen uit

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd mei 2012, jaargang 15, nr. 146

Reportage Hartverscheurende brieven, schrijnende herinneringen. Het Museon brengt de expositie ‘Kind in de oorlog'. Van bekende en onbekende Nederlanders is te zien hoe ze als kind de Tweede Wereldoorlog doorkwamen. Een van hen is Hanneke Gelderblom-Lankhout. Op 2 mei vertelt ze haar levensverhaal.

De brief van Hannekes vader werd pas na de oorlog bezorgd.

De brief van Hannekes vader werd pas na de oorlog bezorgd.

Je trekt zomaar een willekeurige mini-bureaulade open en - niet te geloven - daar prijkt de ontroerende afscheidsbrief die de vader van Hanneke Gelderblom-Lankhout in de Tweede Wereldoorlog aan zijn dochtertje in Den Haag stuurde; kort daarop werd hij in Frankrijk doodgeschoten. Het is een moment waarop de barbaarsheid van de nazitijd als een komeet inslaat; en dat in het Museon op een zonnige voorjaarsdag.

 

Paul van Vliet.

Paul van Vliet.

 Knopjes en machines
Het is er een gekwetter van jewelste. Kinderen en volwassenen rennen heen en weer, drukken als bezetenen op knopjes en vergapen zich aan onbegrijpelijke machines.
In de hoek ‘Kind in de oorlog' is het rustiger, maar de spanning is er niet minder om. Hagenaars en anderen vertellen er op grote fotopanelen, hoe ze als kind de oorlog zijn doorgekomen. Het zijn stuk voor stuk aangrijpende egodocumenten. De bezoekers worden vanzelf stil. Een Franse moeder vertelt haar kind, gehurkt bij de laatjes, over Hitler.

In de kastjes zijn - onder glas - persoonlijke spulletjes te zien, die voor de expositie zijn uitgeleend. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei beweerde onlangs dat de kennis over de Tweede Wereldoorlog aan het wegzakken is. Maar hier kan die kennis in een uurtje worden bijgespijkerd. Vooral het leven van alledag krijgt aandacht.
Paul van Vliet vertelt: ‘Er was geen eten meer. Ik vroeg een keer aan moeder: "Heb je echt niets te eten? Ook geen oude kaaskorst?" "Nee", zei ze en ze barstte in tranen uit. Mijn vader ging op hongertochten, maar vaak werd bij terugkomst alles door de Duitsers afgepakt.'
Helga Ruebsamen: ‘Ik herinner me dat ik met mijn vriendinnetje Dora in de Haagse dierentuin jodensterren moest ophalen. Ik vond dat wel een leuk uitje, want de beer zat nog in de dierentuin en eigenlijk vond ik de ster heel mooi. Het was een mooie versiering op mijn saaie kleren. Toen ik enthousiast thuis kwam, kreeg ik voor het eerst van mijn leven een klap van mijn vader. Ik was zeven jaar en snapte er niets van.'
Ook kinderen van NSB'ers komen aan het woord, zoals Colette van Leent. Ze zegt: ‘Ik smeekte mijn moeder om geen lid van de NSB te worden.' Ze ontwikkelde met haar een haat-liefdeverhouding. ‘Het bleef toch mijn eigen moeder.'

 

‘Mijn jodendom'
Ook een aangrijpend verhaal is dat van de latere journalist en voorlichter bij Binnenlandse Zaken Dick Houwaart. Uit voorzorg had zijn joodse moeder hem in een Haagse rooms-katholieke kerk laten dopen. Hij kwam op een katholieke school terecht. ‘Zo moesten we geloven dat Christus vermoord was door de joden.' In het laatste oorlogsjaar kwam hij in Oost-Nederland bij een hervormd gezin terecht. Tot lang na de bevrijding ging hij door het leven als christelijke man, tot hij zich weer in zijn joodse afkomst verdiepte en over zijn terugkeer naar het geloof van het ‘oude volk' een boek schreef, Mijn jodendom.
Hanneke Gelderblom spreekt nu van ‘een geschenk', dat zij de oorlog in de onderduik heeft overleefd. Anders dan de 1.700 andere joodse kinderen uit Den Haag die zijn opgepakt en vermoord. Als Hanneke Gelderblom maakte ze naam als politicus: gemeenteraad, Eerste Kamer, Raad van Europa. Ze is een van de drijvende krachten achter de jaarlijkse Jom Hashoah-herdenking in Den Haag.

Maar in het Museon is Hanneke weer even kind. Ze heeft, na lange aarzeling, de brief van haar vader uitgeleend. Op zijn vlucht naar Londen schreef hij haar: ‘Lieve groote schat, momenteel ben ik nog op vrije voeten, maar daarmee is alles gezegd. (...) Kom ik niet terug, wees voorzichtig en breng het er goed af in deze rotwereld.'
Naast de brief ligt een keurige kwitantie van de Haagse burgemeester, in onberispelijk bureaucraten-Nederlands, genummerd, gestempeld en ondertekend, voor ‘de somma van één gulden'; de prijs van Hannekes jodenster. Joden moesten zelf hun ster betalen.

 

Woensdag 2 mei, 20 uur, Maranathakerk. Avond met Hanneke Gelderblom. Gratis.

| |